• " "Uw goedertierenheid, HEERE! zij over ons" " Psalm 33 : 22a

Meditatie

Waar is de eenheid?

"U benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door den band des vredes."

Efeze 4:3

In Nieuwe-Tonge staan drie kerken. In de meeste plaatsen op ons eiland zullen dat er meer zijn. Sinds de Reformatie is het helemaal misgegaan. De achilleshiel van de Reformatie: scheuring op scheuring. De kerkelijke kaart is ingewikkeld geworden. Jammer is dat, vindt u niet? Wat, jammer? Dat is toch veel te zacht uitgedrukt. Het is triest. Het is verdrietig. Het is – zondig. We zijn er veel te veel aan gewend geraakt. Dat is weliswaar begrijpelijk. Wij wennen nu eenmaal niet alleen aan positieve, maar ook aan negatieve dingen. Natuurlijk zijn er talloze geloofsgemeenschappen op ons eiland. Laat het begrijpelijk zijn dat we eraan gewend zijn geraakt, is het daarmee ook goed? Zouden we niet veel meer moeten lijden aan de verdeeldheid? Aan het in 2004 gebeurde?

En nu hebben we het alleen nog maar over de verdeeldheid tussen gemeenten. Maar ook binnen de gemeente kan de eenheid onder druk staan. We zijn zo heel verschillend. De één leest graag Van der Groe, de ander John Piper en de derde leest niets. Ieder heeft weer een andere opvoeding genoten, we zijn allemaal verschillend gevormd. We zijn geestelijk gezien verschillend geleid. De één herkent zich meer in Christen uit de Christenreis, die geweldige benauwdheden ervoer voordat hij de smalle weg bewandelde, de ander in Christinne uit de Christinnereis bij wie dat toch weer anders lag. Als je dit op je in laat werken, is het de vraag: hoe houd je het met elkaar uit?

Het is tegen deze achtergrond dat Paulus schrijft: verdraag elkaar toch in liefde en benaarstig u, beijver u, om de eenheid van de Geest te bewaren. Blijkbaar was het in die tijd ook al nodig om deze oproep te doen. Dat zet ons kerkelijk gedoe, onze liefdeloosheid en ons ongeduld met elkaar in het juiste perspectief. Het is altijd wat geweest. Dat komt niet door enig gebrek in het werk van de Heere, maar dat komt omdat de kerk bestaat uit onheilige heiligen. En die onheiligheid speelt telkens weer op. Dan willen we verschillen accentueren. Onszelf profileren. Maar waar is het verlangen om de eenheid van de Geest te bewaren?

Behouden. Die eenheid van de Geest moeten we behouden, schrijft Paulus. Dat wil zeggen: bewaren. Blijkbaar is die eenheid er al. In vers 4 tot en met 6 legt hij dat uit. Hij wijst erop dat er één lichaam is: het lichaam van Christus, de kerk. Er is één Geest (vers 4). Er is één Heere Jezus (vers 5), er is één God en Vader van allen (vers 6). De eenheid is een geschenk van God. Al Zijn kinderen, waar ze ook wonen, wanneer ze ook leven, ze zijn met elkaar verbonden in dat ene lichaam. Dat is geweldig belangrijk om te zien. Wat een diepte dat ik een broeder of zuster ben van die man uit de Oud Gereformeerde Gemeente of van die evangelische vrouw op het dorp. Want ook hij en zij hebben door genade geleerd om te betrouwen op het enige offer van Christus, aan het kruis volbracht. Wat een vreugde als je inde supermarkt een praatje krijgt met een gemeentelid – misschien had je je oordeel al klaar – maar er ging ineens een streep door. Want ze vertelde heel open dat het Avondmaal bij haar altijd zo’n strijd oplevert, omdat het een Heilig Avondmaal is en zij zo onheilig is. En u altijd maar denken dat ze ‘veel te makkelijk’ ging. Beschaamd buigt u dan het hoofd...

Dit is de gave van de Heilige Geest, die in alle ledematen van Christus’ lichaam is komen wonen. Daar mogen we ontspannen uit leven. Dan hoeven we niet krampachtig kerkverbanden aan elkaar te gaan lijmen. Er komt immers alleen maar meer gedoe van. Vaak ook gaat het dan alleen om de liefde en wordt de waarheid vergeten, terwijl de Heere wil dat we “de waarheid betrachten in liefde” (vers 15). Maar wel bidden we: ‘Heere, wilt U de ware eenheid in Christus geven, binnen onze gemeente, binnen ons kerkverband, tussen de verschillende kerkverbanden? En mag ik mijn verantwoordelijkheid nemen om de eenheid te bewaren door de band van de vrede? Mag ik verbinden in plaats van scheiding maken?’ Wat hebben we dan de gezindheid van Christus nodig, Die als Hij uitgescholden werd, niet terugschold, en als Hij verschrikkelijk leed, niet dreigde, maar alles overgaf aan Zijn Vader (1 Petrus 2:23). Hoe meer we in deze Lijdenstijd op de lijdende Christus zien mogen, hoe meer we ons zullen benaarstigen om de eenheid van de Geest te behouden.

 

Ds. T.A. Bakker

  • © hersteld hervormde kerk 2020