• " "Uw goedertierenheid, HEERE! zij over ons" " Psalm 33 : 22a

Meditatie

Houvast aan je doop

 

Wij zijn dan met Hem begraven door den doop in den dood, opdat gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.

 

Romeinen 6:4

 

Er wordt weer gedoopt! Maandenlang was het niet mogelijk. Nu kan het weer. En natuurlijk, dan brengen ouders hun kindertjes bij het doopvont. Het was ook zo vreemd dat het niet kon. Natuurlijk, dan wassen predikanten hun handen en sprengen het water op de hoofden van de baby’s. Blij dat ze dat gewichtige onderdeel van hun ambt weer mogen uitvoeren. Zeker, zo wil God het. De doop is door Christus ingesteld (Mattheüs 28:19). De doop onnodig uitstellen is niet goed.

 

Maar dit alles roept wel een vraag op. Begrijpen we nog waar het over gaat in de doop? Zien we de waarde van de doop? Of dopen we misschien “uit gewoonte of bijgelovigheid” (doopformulier)? Dat laatste is een onnoemelijk groot gevaar. Als de gewoonte om te dopen voor ons ‘gewoontjes’ wordt, begrijpen we er geen snars van. Als we er een feestje van maken waarbij alles draait om de lieve dopeling, evenmin! Kortom, als we ons rondom de doopvont niet neerbuigen in diepe verwondering vanwege alle weldaden door de drie-enige God aan ons en onze kinderen bewezen, dan zijn we op dit punt ver weg bij Gods Woord en onze belijdenisgeschriften.

 

Want als je op je in laat werken wat Paulus in Romeinen 6 schrijft over de doop… Hij komt over de doop te spreken in reactie op een tegenwerping tegen de genadeleer, door hem ontvouwd in het eerste deel van de brief. Deze tegenwerping: ‘Nou, Paulus, als het slechts genade is, dan kun je net zo goed blijven zondigen. Dan zul je alleen maar meer genade krijgen.’ Paulus ontkent deze redenering natuurlijk heftig, en betrekt daar de doop bij. Hij zegt: door de doop zijn we met Christus gestorven en begraven. En denk dan maar aan de doop van een volwassene in de Vroege Kerk. Hij ging letterlijk kopje-onder en was weg! Zo gaan we helemaal onder in het water van de doop. Gevaarlijk water! Want wie wil er nu sterven? Wie wil er nu begraven worden? Wie wil afstand doen van zijn oude leven, dat we van nature leven?

 

Gelukkig, er is niet naar gevraagd of ik dat zou willen. Want we zijn gedoopt, voordat we ‘nee’ konden zeggen. De rijkdom van de doop van zuigelingen! Nu kun je je afvragen of Paulus het daar wel over heeft in Romeinen 6:4. Gaat deze tekst niet over de doop van volwassenen? We moeten leren dat er maar één doop is (Efeze 4:5).De doop van een baby is dezelfde doop als de doop van een bejaarde. De doop bediend door het sprenkelen van een paar druppels water is dezelfde als de doop bediend door onderdompeling. Jazeker, Romeinen 6:4 geldt ook voor ons!

 

Wat een houvast als je met volle kracht aanbotst tegen je zondige natuur. Als je merkt dat je hart een vuile bron is waaruit allerlei zonden opborrelen. Er zijn tijden in het geestelijke leven dat je het uitsnikt: ‘wat heeft God toch aan mij? Wat ben ik toch voor een kind van Hem? Op alle fronten faal ik!’ Maar dan spreekt God bij monde van Paulus: ‘U bent met Hem begraven door de doop in de dood van Jezus! U bent met Hem gestorven! Gelooft u dat?’ O, dan loop je ook nog eens tegen je ongeloof aan. Je ervaart het niet, je ziet het niet, en daarom: je gelooft het niet. Maar de Heere kent het ongelovig hart van Zijn volk. Hij was al dat ongeloof allang voor. Door de doop. Hij wijst u op uw doop. Hij laat door Zijn Geest zien: zo zeker als u bent gedoopt, bent u dood voor de zonde. O, wat wordt je doop je dan dierbaar! Dan is er houvast. Dan heb je houvast aan je doop. Houvast aan de God van je doop.

 

En als het sacrament van de doop zo het geloof weer heeft aangewakkerd en versterkt, is er weer kracht in de strijd tegen de zonde. Dan is er nieuwe moed om Hem te dienen en voor Hem te leven. Zoals Jezus is opgewekt tot eer en glorie van Zijn Vader, zo zullen alle gelovigen met Hem in een nieuw leven wandelen. Want we gingen niet alleen onder in dat gevaarlijke doopwater, maar kwamen ook weer boven! Om te leven. Om te wandelen. Wandelen met God, als Henoch.Rustig, beheerst, ontspannen.

 

Nu stap ik rustig aan;

‘k Betreed een effen baan.

Mijn God verhoort nu mijn gebed.

‘k Zal Hem met blijde klanken,

In Zijn vergaad’ring, danken,

Wanneer Zijn gunst mij heeft gered.

(Psalm 26:12 ber.)

 

Ds. T.A. Bakker, Nieuwe-Tonge

 

 

 

 

 

 

 

 

  • © hersteld hervormde kerk 2020