• " "Uw goedertierenheid, HEERE! zij over ons" " Psalm 33 : 22a

Meditatie

Christus schaamt Zich niet hen Zijn moeders te noemen

 

En Juda gewon Fares en Zara bij Thamar (...) En Salmon gewon Boöz bij Rachab, en Boöz gewon Obed bij Ruth (...) en David, de koning, gewon Salomon bij degene die Uria’s [vrouw was geweest].

Mattheüs 1:3, 5, 6

CV van Christus

Wat doen deze vrouwen in de stamboom van de Heere Jezus? Voor ons is dat nog niet zo’n prangende vraag als voor de Joden in de tijd waarin Mattheüs zijn evangelie schreef. Een stamboom was een heel belangrijk iets, vergelijkbaar met een Curriculum Vitae vandaag de dag. Als u ergens solliciteert, zorgt u ervoor dat uw CV op orde is. Negatieve dingen houdt u voor uzelf, prestaties zet u in uw CV. Zo was het in die tijd met een stamboom. Je probeerde je voorgeslacht zo te presenteren dat anderen zeiden: ‘Nou, die telt mee! Kijk maar naar zijn overgrootvader!’ Zo moeten we het geslachtsregister waarmee Mattheüs zijn evangelie inzet, blijkbaar lezen. Als het visitekaartje van... Jezus Christus Zelf!

Wat doen deze vrouwen hier?

De Joden zullen het daarom heel vreemd hebben gevonden dat er überhaupt vrouwen in voorkwamen. Dat deed niemand. Mannen hadden erfrecht, vrouwen niet. Die kunnen gewoon worden weggelaten. En dan ook nog eens vier heidense vrouwen. Van Ruth weet u het. Ruth de Moabitische. Ze was geen Joodse, maar een heidin. Van Rachab weet u het wellicht ook. Rachab woonde in Jericho. Rachab was een Kanaänitische, een heidense vrouw. En Thamar? We lezen in Genesis 38 dat Juda wegtrok bij zijn broers en ging wonen bij zijn vriend Hira. Daar trouwde hij met de dochter van een Kanaänitische man. Ze kregen een zoon, Er. En deze Er trouwde vervolgens met Thamar. Uit het verband blijkt dus dat Thamar zeer waarschijnlijk ook een Kanaänitische was. Maar Bathséba dan? Zij is toch geen heidin? Zij is toch de Joodse buurvrouw van David? Het is niet voor niets dat Bathséba hier in Mattheüs ‘die van Uria’ wordt genoemd. Want Uria was een Hethiet. Zo wordt hij in 2 Samuël 11 en 12 keer op keer genoemd. Blijkbaar was Bathséba de vrouw van een heiden! Kortom, Mattheüs heeft de namen van vier heidense vrouwen in dit register genoteerd.

Zwarte bladzijden

En wat voor vrouwen... Het gaat niet alleen om heidense vrouwen, maar ook nog eens om vrouwen van wie het levensverhaal dubieuze passages bevat. Ruth leefde eertijds zonder God. Ze was een vreemdeling van de verbonden der belofte. Ze was een afgodendienaar. Bathséba... Ach, u kent haar verhaal wel. Nee, zij was de schuld er niet van. Dat was koning David! Maar intussen droeg ze wel de schande met zich mee. Rachab was een prostituee, die haar brood verdiende door het bed te delen met elke man die daar zin in had. En Thamar... Thamar... had gemeenschap met... haar eigen schoonvader, Juda!

Wij zijn zondaren

Waarom moeten deze vrouwen nu de stamboom van Christus ontsieren? Waarom haalt Mattheüs Jezus naar beneden door hun namen te noemen? Ja, dat zou je denken. Maar hierin ligt juist een krachtige, drievoudige boodschap. Allereerst: zo zijn wij nu! Zoals deze vrouwen! Van nature heidenen. Ver van God. Zondaren. Kinderen van Adam. En als we ons beter voelen dan deze vrouwen, dan kennen we onszelf niet. Als Rachab de kerkbank in zou schuiven, zouden wij wellicht een stukje opschuiven... En dát is juist de reden dat ze een plekje krijgt in de stamboom van Jezus. Want als u opschuift, schuift u bij Jezus vandaan. Het is de Heilige

Geest Die het ons leert: mijn naam kan daar zo tussen staan. Mijn zonden zijn als scharlaken. Net als die van deze vrouwen! Wees mij genadig, Heere.

Christus wil bij zulke vrouwen horen

Deze stamboom preekt meer. Bij zulke vrouwen wil Christus nu horen. Zij mochten de moeders van Jezus zijn. Door Thamar, Rachab, Ruth en Bathséba kan Hij de Zoon van David genoemd worden, heeft Hij recht op de troon van David. En Christus schuift dat niet onder het vloerkleed. Hij schaamt Zich er niet voor dat dit Zijn moeders zijn. Iedereen mag het weten! Hij roept het ons toe: bij zulke mensen wil Ik horen! Dat is de Kerstboodschap.

Ver van de troon der tronen

en ‘s hemels zonneschijn

wilt Ge onder mensen wonen,

der mensen broeder zijn.

Der mensen broeder... Die heilige Zoon van God. Op één lijn met die gehaaide Thamar, die vuile Rachab, die afgodische Ruth en die schaamrode Bathséba. De volmaakte Zoon van God is lid geworden van het verdorven menselijk geslacht. Wat een Evangelie!

Christus kwam voor zulke vrouwen

Waarom deed Christus dit nu? Wat heeft Hem bewogen? Waarom wilde Hij uit deze vrouwen komen, bij deze vrouwen horen? Het is omdat ze redding nodig hadden. Het is omdat Rachab van haar zonden gewassen moest worden. Opdat het scharlaken koord over de muur van Jericho kon worden gehangen als treffend beeld van haar redding door het rode bloed van het Lam, Dat komen zou. Het is omdat Ruth van haar zonden gewassen moest worden. Opdat ze niet teruggestuurd hoefde te worden, maar welkom zou zijn onder de vleugels van de God van Israël. Want Hij is gekomen, Die de muur tussen Jood en heiden heeft afgebroken. Hij is onze Vrede. Ja, Christus deed dit voor u en voor mij. Want u en ik hebben evenzeer redding nodig. Hij biedt ons die redding aan. Als die vuile Rachab gerechtvaardigd is, zou de Heere dat dan bij u niet doen? Als die heidense Ruth verwelkomd werd door de Heere, zou u, die het teken en zegel van Gods verbond draagt, dan worden teruggestuurd als u tot Hem de toevlucht neemt?

 

Ds. T.A. Bakker, Nieuwe-Tonge

  • © hersteld hervormde kerk 2022