• " "Uw goedertierenheid, HEERE! zij over ons" " Psalm 33 : 22a

Meditatie

“Gij zult ons niet verstoten”

 

Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden om geholpen te worden te bekwamer tijd.

Hebreeën 4:16

 

Geen toegang tot God...

Als de apostel ons oproept om met vrijmoedigheid naar de genadetroon te komen, mag ons dat wel heel erg verwonderen. Want wat zijn dat voor mensen die worden uitgenodigd om te komen? Mensen die heel dicht bij God waren, in het Paradijs. Maar we wilden niet meer bij Hem zijn. We kozen voor een leven ver bij Hem vandaan. En dat hebben we geweten. Engelen met een vlammend zwaard versperren ons de toegang tot het Paradijs. Er is geen weg terug. Wij hebben geen toegang meer tot God. We waren kind aan huis. Maar nu bevindt zich een grote slagbloom voor het hemels paleis. We komen er niet meer in. We kunnen niet meer bij Hem komen. Onze koning was met koningsdag zo benaderbaar. Wie hem wilde zien, kon hem zien. Als je op een goed plekje stond, kon je hem zelfs de hand schudden of een boks geven. Maar zo is het niet met God, de Koning der koningen. Want God is heilig en wij zijn onheilig. Het is waar wat Guido de Brès belijdt in artikel 26 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat wij geen toegang hebben tot God”.

 

...dan alleen door de enige Middelaar en Voorspraak

Maar Guido de Brès gaat verder. Wij hebben geen toegang tot God dan alleen door de enige Middelaar en Voorspraak. Dat biedt perspectief voor verloren zondaren, die zich realiseren dat er zo’n geweldige afstand is tussen God en hen. Ja, het is mogelijk om tot God te naderen. Maar dan wel door de bemiddeling van de Middelaar! Dát is ook de achtergrond van Hebreeën 4:16. Als de apostel ons aanspoort om te komen, komt die aansporing op vanuit de prediking van de Hogepriester, Jezus Christus. Wij hebben een grote Hogepriester, Die de hemel is binnengegaan. Die in alle dingen verzocht is geweest, maar zonder zonde. Wij hebben een Middelaar, die alles volbracht heeft. En zo is Hij onze Voorspraak, Die voor ons pleit bij de Vader. Hij praat onze zaak niet goed, maar maakt ze goed (W.L. Tukker). Was dat niet waar, dan zouden we hooguit bevend en sidderend naar God komen. Maar zeker niet vrijmoedig! Was dat niet waar, dan zou de troon geen troon van genade, maar van oordeel zijn. Als er geen Middelaar voor ons was, dan zouden we bij die troon echt geen barmhartigheid verkrijgen en genade vinden. We zouden verteerd worden...

 

Onze Advocaat

Maar het geloof zegt: het is wél waar! Ik heb een Middelaar! Ik heb een biddende Hogepriester! Ik heb een Advocaat! En wat voor Eén! De Brès zegt van Hem in dat prachtige 26ste artikel: “Want er is niemand, noch in de hemel, noch op de aarde, onder de schepselen, die ons liever heeft dan Jezus Christus.” Wilt u een advocaat die u meer liefheeft? U zult hem niet vinden. Wilt u een advocaat die meer macht en aanzien heeft? U zult hem niet vinden. “En wie zal eer verhoord worden dan de eigen welbeminde Zoon van God?”

 

Laten we gaan

Daarom, lieve lezer, laten we gaan. Niet bevend, maar met vrijmoedigheid. De toegang is vrij, door Golgotha. Als we zó gaan, niet buiten Jezus om, maar pleitend op Zijn werk, dan zullen we bevinden dat de troon een troon van genade is. We zullen in onze ellende barmhartigheid verkrijgen. We zullen in onze schuld genade vinden. We zullen in onze zwakheden en aanvechtingen geholpen worden. Op het juiste tijdstip zal de Heere betonen een Helper te zijn. En als u buiten Christus leeft, en u vlucht door Hem tot de Vader, dan is die bekwame tijd NU.

 

Heer, waar dan heen?

tot U alleen!

Gij zult ons niet verstoten.

Uw eigen Zoon

heeft tot Uw troon

de weg ons weer ontsloten.

 

Ds. T.A. Bakker, Nieuwe-Tonge

  • © hersteld hervormde kerk 2022